Specialties

Trainingsmodule
Het is mogelijk om bij ons intern gedurende 1 of meerdere weken met je paard te werken aan een in overleg samengesteld persoonlijk programma.

 
 
Reactie column J. Melissen Hoefslag 45, p.7, 9 nov 06

 

 

Consequent gedrag tonen

 

In mijn opinie dient dit betoog van de benodigde nuances te worden voorzien.

“Consequent gedrag tonen” in de context van de heer Melissen is een abstract begrip. Melissen heeft het zelfs over een “consequente confrontatie”, wat dat ook moge inhouden.

Het Nederlands woordenboek zegt: “Noodzakelijk uit het voorgaande voortvloeiend; logisch redenerend”.

 

Het wordt zo makkelijk gebezigd als mensen tegen “problemen” aanlopen met hun paard: “Ja, je moet ook consequent zijn” of zoals Melissen het verwoord: “Het zit in jezelf: consequent gedrag tonen”.   

Het enige wat mensen met “moeilijke of onwillige” (ook zo’n term!) paarden dus in de regel te horen krijgen van de zogenaamde paardenkenners is dat ze “consequent moeten zijn”.

 

En dan, zouden dan alle “problemen” als sneeuw voor de zon verdwijnen? Want wat houden deze woorden eigenlijk in? Wat bedoelen deze mensen toch met die woorden “je moet consequent zijn met je paard”. Dat kan van alles zijn als dit niet gedefinieerd wordt: consequent hard, consequent zacht, consequent streng, consequent lief, etc. Dit zijn allemaal voorbeelden van consequent gedrag van mensen in het algemeen: naar hun paarden of honden of kinderen zo je wilt. Echter, ouders bijvoorbeeld (en mensen met kinderen zullen dit beamen) worden heel snel geconfronteerd met het feit dat consequent gedrag tonen niet werkt als je niet weet in welke situatie je welk gedrag consequent moet inzetten om de beoogde respons van je kind te krijgen.

Zo eenvoudig werkt het ook met paarden. In de praktijk is het echter niet zo simpel aangezien een paard qua soort en zeker qua gedrag en denken zeer verschillend is ten opzichte van de mens. Het is dus van primair belang dat je onderscheid weet te maken tussen de juiste en onjuiste signalen in een correct geïnterpreteerde situatie met het paard. Dit vergt kennis van het paard als diersoort, zelfontplooiing  en training in communicatie.

Het is slechts weinigen gegeven om dit zonder de juiste begeleiding te doen.

In de regel wordt consequent omgaan met je paard dan helaas vaak een synoniem voor domineren van je paard, want “je moet de baas” zijn. Het spanningsveld tussen macht en onmacht, vaak gebaseerd op angst, voert hier de boventoon.

Terwijl leiderschap iets is wat je in jezelf en vanuit jezelf ontwikkelt, onafhankelijk van welk ander levend wezen dan ook. Leiderschap betekent dat je vanuit een onwankelbaar innerlijk vertrouwen handelt door zelfkennis maar vooral door de ander (in dit geval het paard) op zeer diep niveau te begrijpen. De wil tot volgen en samenwerken, op basis van vertrouwen in plaats van angst, is dan een logisch gevolg. 

Het hele wezen van het paard ís op samenwerking gericht, een eigenschap die nodig is om in kuddeverband succesvol te overleven.

 

 

Het is ook jammer dat Melissen het paard afschildert als een dier dat “gebruik” maakt van het onbenul van zijn eigenaren. Hiermee suggereert hij dat een paard in staat is te redeneren.

Een paard kan niet redeneren, simpelweg omdat anatomisch gezien het gedeelte van de hersenen waar deze processen plaatsvinden bij paarden anders ontwikkeld is dan bij mensen. Het vermogen om te beredeneren zou op een diersoort zoals het paard zelfs een negatieve invloed kunnen hebben volgens Dr. Andrew McLean, Principal Trainer van het Australian Equine Behaviour Centre en schrijver van het proefschrift "The Mental Processes of The Horse and their Consequences for Training".  

Volgens McLean vinden de meeste geavanceerde mentale processen bij de mens plaats in de rechter neocortex en de cortex van de voorhoofdskwab (lobus frontalis). De neocortex is de buitenste laag van de hersenen. Deze is verantwoordelijk voor het leren  en de correlatie van de zintuiglijke activiteit. Bij mensen, walvissen en dolfijnen en de grote apen is de buitenkant van de neocortex extreem gerimpeld. Hierdoor neemt het oppervlak en dus de hersencapaciteit toe, zodat de ontwikkeling van hogere mentale capaciteiten mogelijk is. De neocortex is bij andere dieren veel kleiner, naar verhouding glad, en bestemd voor andere taken met betrekking tot overleven, zoals fysieke gevoeligheid en het bewegingsapparaat. De ontwikkeling van de neocortex bij paarden heeft een grotere gevoeligheid van de lippen en mond mogelijk gemaakt, wat voor een selectieve grazer van vitaal belang is. Vanuit de hersenanatomie is het dus niet waarschijnlijk dat het paard tot hogere mentale vaardigheden in staat is.

 

De columnist doelt verder op “paardenmensen” van vroeger die opgroeiden met paarden en spelenderwijs de natuurlijke omgang met het paard leerden van weer mensen voor hun. In deze tijd kopen steeds meer en meer mensen paarden, en dat zijn inderdaad mensen met paarden. Men koopt gewoon een paard, vaak zonder enige voorkennis van het gedrag en de natuurlijke behoeften van deze dieren. Dit moet ook gewoon kunnen, want de tijd dat paardensport een elitesport was is al lang verleden tijd geworden sinds de stijging van onze welvaart en economie. Het is wel zaak deze mensen met paarden verantwoordelijkheid bij te brengen om de juiste begeleiding te nemen bij de keuze van hun paard, en daarna de juiste begeleiding te nemen om met hun paard correct om te gaan om “problemen te voorkomen”. Want ook hier blijkt vaak dat men zich niet realiseert wat het hebben van een eigen paard met zich meebrengt aan kosten, maar vooral aan tijd.

 

Wat tijd betreft blijkt maar al te vaak dat mensen schromelijk te kort schieten als het gaat om zich te verdiepen in het wezen paard en om het paard in zijn natuurlijke behoeften te voorzien. Gemak dient de mens, helaas.

Niet overal is er in onze maatschappij ruimte om paarden onbeperkt weidegang te bieden. Dit hoeft niet perse dramatisch te zijn voor het paard. Het betekent alleen dat de eigenaar veel meer tijd moet investeren of geld (diensten inhuren) om zijn paard te voorzien in de dagelijkse bewegingsbehoefte, in plaats van het dier meer dan 23 uur per dag op de box te laten.

 

Als een paard niet bevredigd wordt in zijn primaire levensbehoeften (beweging, langdurig kauwen, etc.) zal een paard al het mogelijke doen om zijn natuurlijk evenwicht te herstellen. Vaak uit zich dit in stereotiep gedrag zoals stalondeugden, en, voor ons mensen, ongewenst gedrag.  Het gevolg is vaak dat paarden onhandelbaar verklaard worden en het stempel “levensgevaarlijk” krijgen en niet zelden dus maar bij de slacht belanden. Laten we hier vooral niet vergeten dat paarden in de regel niet verkeerd geboren worden, maar door het toedoen van de mens verkeerd gemaakt worden. Gelukkig is het wel zo dat “ongewenst gedrag” in veel gevallen weer te herprogrammeren is door een ervaren trainer bekend met de principes van gedrag en leergedrag bij het paard.

 

Om voor ons mensen het gewenste gedrag bij een paard naar boven te krijgen, moet de mens kennis hebben van het gedrag van paarden. Ongeacht welke discipline je met een paard wil beoefenen. Maar al te vaak worden paarden afgeschilderd als “potentieel gevaarlijk” of als de “vijand”,  die je moet domineren. Niets is minder waar. 

Steeds meer wordt aandacht besteedt aan het fenomeen paard als individu. Mede getuige de artikelen die o.a. in  uw blad de Hoefslag wekelijks verschijnen. Dat dit niet alleen geldt voor recreatiepaarden, maar wel degelijk ook binnen de (top)sport getuigt bijvoorbeeld de term “happy athlete”, welke eindelijk is opgenomen als vereiste binnen de paardensport: “Het paard geeft in zijn werk de indruk dat het uit vrije wil datgene doet wat hem wordt gevraagd.” Aldus het als zodanig omschreven doel van de dressuur in het KNHS Dressuur- en  Menproevenboekje 2006. Een samenwerking pur sang dus.

Echter hoe je deze samenwerking met een paard krijgt lijkt nog steeds verborgen te zijn onder een sluier van mysterie en slechts weggelegd voor de mensen met talent of de fluisteraars onder ons.

Het zou zo geweldig zijn als mensen eens ophielden met paarden als gevaarlijke of van nature onwillige dieren te bestempelen. Beschouw de paarden eens door hun ogen en neem werkelijk kennis van het gedrag van deze dieren.

 

In mijn praktijk bij het trainen van paarden en mensen hanteer ik deze filosofie welke is gebaseerd op het aanboren van eerder genoemde natuurlijke aanwezigheid van de wil tot samenwerking bij het paard. En dat dit alleen succesvol kan zijn als de mens bereid is als het ware door de ogen van het paard te kijken.

 

Als je plezier van je paard wilt hebben, als je wilt dat het paard “het voor je gaat doen”, ongeacht het niveau of discipline, moet je zelf verantwoordelijkheid nemen en zorgen dat je kennis verwerft over het gedrag en leergedrag van paarden, welk signaal levert welke respons op. En, misschien nog belangrijker, als jouw signaal niet de gewenste respons oplevert ligt dat in de regel aan jou! Dit vraagt dus ontwikkeling van jezelf op motorisch en mentaal gebied om je lichaam en geest dusdanig onder controle te krijgen dat je wel duidelijk in je signaal naar  je paard kunt zijn. Dit zou een zegen zijn voor de meeste paarden die elke dag weer proberen wijs te worden uit de hoeveelheid onduidelijke of te complexe opdrachten van hun bazen, waarbij het niet begrijpen van het paard maar al te vaak heftig afgestraft wordt als zou het dier ongehoorzaam zijn. Een paard is en blijft een dier met een aangeboren instinct gericht op samenwerking, maar niet met een aangeboren begrip wat wij met al onze “hulpen” willen van een paard. Dit moet paarden, maar ook mensen, aangeleerd worden, bij voorkeur op een manier die voor hun makkelijk te begrijpen is. Dit vraagt naast technische rijvaardigheden, kennis en inzicht in de biologie van het gedrag dan wel leergedrag van deze dieren. Ik wens iedereen veel wijsheid in de keuze van hun trainers of begeleiders.

 

Dr. Eileene Rouppe van der Voort

Medisch Bioloog / EquiCoach

www.equicoach.nl

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


terug